Les 2


Uitspraak

          busxo

In de vorige les zagen we dat de meeste medeklinkers worden uitgesproken als in het Nederlands.
De volgende medeklinkers vertonen in de uitspraak een afwijking.

 
De c wordt uitgesproken als [ts] in tsaar of niets.
la paco de vrede
la celo het doel
la placo het plein
De g wordt uitgesproken als [k] in zakdoek of in het Duitse woord gut of in het Engelse woord go.
la tago de dag
la cigno de zwaan
la tigro de tijger
la glaso het glas
la fingro de vinger
la angulo de hoek
la gazeto de krant
De v wordt uitgesproken als de Nederlandse [w] als in water.
In het Esperanto bestaat de letter w niet.
la vango de wang
la vetero het weer
la viro de man
la divano de divan
la vazo de vaas
la avo de grootvader
la vino de wijn
la vivo het leven

Bijvoeglijke naamwoorden

In les 1 zagen we, wat een zelfstandig naamwoord is. Deze zelfstandige naamwoorden kunnen eigenschappen hebben.
Bijvoorbeeld:

de lange man, het zwarte schaap, de grote liefde, het koude weer.

De vetgedrukte woorden heten bijvoeglijke naamwoorden.
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets naders over een zelfstandig naamwoord.
In het Esperanto eindigen alle bijvoeglijke naamwoorden op -a.

bela mooi
bona goed
granda groot
fremda vreemd
forta sterk

Let op! Het bijvoeglijk naamwoord richt zich in getal (aantal) naar het zelfstandig naamwoord waarbij het hoort, ofwel:
staat het zelfstandig naamwoord in het meervoud, dan krijgt het bijvoeglijk naamwoord ook de meervoudsuitgang -j.

  de goede man la bona viro
  de goede mannen la bonaj viroj
  het mooie kind la bela infano
  de mooie kinderen la belaj infanoj

Enkele woorden om te leren

nigra zwart verda groen
varma warm blinda blind
griza grijs blua blauw
longa lang juna jong
pala bleek tuta geheel
dika dik sana gezond
bruna bruin kia hoe, wat voor
mola zacht kontenta tevreden
al naar multa veel

Voor de woordvorming bedient men zich in het Esperanto van

Voorvoegsels en achtervoegsels

Het achtervoegsel -in duidt het vrouwelijke geslacht van het stamwoord aan, met andere woorden:
het achtervoegsel -in vormt namen van vrouwelijke personen of dieren.

  la patro de vader la patrino de moeder
  la frato de broer la fratino de zus
  la azeno de ezel la azenino de ezelin
  la heroo de held la heroino de heldin
  la viro de man la virino de vrouw
Het voorvoegsel mal- dient om het tegengestelde uit te drukken.
  kontenta tevreden malkontenta ontevreden
  bona goed malbona slecht
  la amo de liefde la malamo de haat
  la amiko de vriend la malamiko de vijand
  longa lang mallonga kort
  granda groot malgranda klein

Werkwoorden

Het werkwoord in een zin geeft aan, wat er gebeurt. Bijvoorbeeld

De zangeres hoest.

Wat doet de zangeres? Zij hoest. Het werkwoord in deze zin is hoest.

Als een werkwoord niet aangeeft wanneer de handeling plaatsvindt (= in welke tijd), staat het werkwoord in de onbepaalde wijs.

In het Esperanto heeft de onbepaalde wijs van alle werkwoorden de uitgang -i. Zo staan de werkwoorden ook vermeld in een woordenboek.
Halen we de i weg dan blijft de stam van het werkwoord over.

  zingen kanti   vallen fali
  slapen dormi   wandelen promeni
  zitten sidi   staan stari
  gaan iri   zijn esti
  hebben havi   spelen ludi
  lezen legi   geven doni
  ontvangen ricevi        

Meestal drukt het werkwoord ook de tijd van de handeling uit. Voorbeeld: de zangeres hoest.
Wat doet zij en wanneer doet zij dat? Zij hoest en wel nu, op dit ogenblik. Het werkwoord staat dan in de tegenwoordige tijd.

Regel:
In het Esperanto wordt de tegenwoordige tijd van elk werkwoord gevormd door de uitgang -as achter de stam van het werkwoord te plaatsen, ongeacht of dit betrekking heeft op één of meerdere personen, dieren, dingen enz.

Voorbeelden:

  zingen kanti
  ik zing mi kantas
  wij zingen ni kantas
  u, jij zingt vi kantas
  hij zingt li kantas
  zij zingen ili kantas
  de kinderen zingen la infanoj kantas
  de stad is mooi la urbo estas bela
  de steden zijn mooi la urboj estas belaj
  de straat is lang la strato estas longa
  de straten zijn lang la stratoj estas longaj

Lezen en vertalen

  A  
1. Ni promenas en la parko.
2. La infano sidas sur la planko.
3. La glasoj staras sur la tablo kaj la tablo staras sur la planko en la domo.
4. La malgrandaj infanoj iras al la granda urbo.
5. La pala virino estas malsana.
6. La belaj floroj estas en grandaj vazoj, sed la malbelaj rozoj estas sur la strato.
7. La suno brilas kaj la vetero estas bela.
8. En la granda urbo la viroj, la virinoj kaj la infanoj estas kontentaj.
9. La bela birdo kantas.
10. La birdo kaj la azeno estas grizaj.
     
  B  
  1. De bruine vogel zit in de mooie boom en zingt.
  2. Het kind speelt in het huis.
  3. Op de vloer zit een klein kind.
  4. De ezel en de ezelin zijn grijs (!).
  5. De dikke groene vogel is gezond.
  6. Het weer is koud.
  7. Het leven is mooi.
  8. De jonge blinde vrouw is tevreden, maar de oude grijze man is ontevreden.
  9. In een grote stad zijn veel kleine en grote huizen, straten en pleinen.

Hoe te zeggen:
  Goedendag! Bonan tagon!
  Goedemorgen! Bonan matenon!
  Goedenavond! Bonan vesperon!
  Goedenacht! Bonan nokton!
  Alsjeblieft? Mi petas / Bonvolu
  Alsjeblieft! (bij het geven) Jen!
  Dank je wel! Mi dankas! / Dankon!
  Hartelijk bedankt! Koran dankon!
 

E-mail de gemaakte vertalingen en eventuele vragen en suggesties naar pingveno.

Ga naar de volgende les via of door het aanklikken van les 3.

2A9