Esperantosleutel
Beknopte grammatica
van het Esperanto:
Alfabet
Uitgangen
Lidwoord
Trappen van vergelijking
Telwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden
De uitgang -n
Het voorzetsel ‘je’
Werkwoorden
Woordvorming
Voorvoegsels
Achtervoegsels
Gebruik van
de sleutel
Woordenlijst:
Hoe te gebruiken
Index woordenlijst
Tabel van de correlatieven
Esperanto & Internet
 

Hier volgen enkele voorbeelden van het gebruik van de sleutel. Eerst enkele woorden en daarna enkele zinnen.

Faciligi. De slot-i geeft aan dat we met een werkwoord (onbepaalde wijs) te maken hebben. Het achtervoegsel ig betekent maken. In de woordenlijst staat dat facila gemakkelijk betekent. Faciligi betekent dus gemakkelijk maken ofwel verlichten, vereenvoudigen.

Bedaŭrinde. De slot-e geeft aan dat het om een bijwoord gaat. Het achtervoegsel ind betekent -waardig. Volgens de woordenlijst is bedaŭri betreuren, zodat bedaŭrinde betreurenswaardig betekent.

Malforteco. De slot-o geeft aan dat het om een zelfstandig naamwoord gaat. Het achtervoegsel ec duidt op een eigenschap. Mal is een voorvoegsel dat een tegenstelling aangeeft van het stamwoord fort. In de woordenlijst zien we dat forta sterk betekent. Als we deze gegevens combineren, is malforteco zwakheid.

De grammaticale uitgangen zijn met name in zinsverband van belang. Een uitgang geeft immers de rol van een woord in een zin aan.


Enkele oefeningen
Het stamwoord in elke samenstelling is vet en blauw aangegeven:

La patro estas tre bona. Mi vidis grandan hundon.
De vader is zeer goed. Ik zag een grote hond.

Mi parolos hodiaŭ al mia patro pri libro.
Ik zal vandaag met mijn vader over een boek praten.

Donu al mi la libreton. Venu al mi hodiaŭ vesperon.
Geef (aan) mij het boekje. Kom vanavond naar me toe.


Nu zonder vette woorddelen.
La birdoj havis nestojn en la arboj.
De vogels hadden nesten in de bomen.

Ĉu vi diras la veron? La domo apartenas al mi.
Spreek jij de waarheid? Het huis behoort mij toe.

Sinjoro Petro kaj lia edzino tre amas miajn infanojn.
Meneer Peter en zijn vrouw houden veel van mijn kinderen.

Ĉu vi jam trovis vian horloĝon? Mi ankoraŭ ne serĉis.
Heb je je horloge al gevonden? Ik het (het) nog niet gezocht.

Kiam mi estos fininta mian laboron, mi serĉos mian horloĝon, sed mi timas, ke mi ĝin ne plu trovos.
Als ik mijn werk af heb, zal ik mijn horloge zoeken, maar ik ben bang dat ik het niet meer zal vinden.

Simpla, fleksebla, belsona, vere internacia en siaj elementoj, la lingvo Esperanto prezentas al la mondo unikan solvon forigi ĉiujn lingvajn barojn; ĉar, tre facila por ĉiuj homoj, ĝi estas komprenata sen peno de personoj bone instruitaj. Mil faktoj atestas la praktikan meriton de la internacia lingvo.