Esperantosleutel
Beknopte grammatica
van het Esperanto:
Alfabet
Uitgangen
Lidwoord
Trappen van vergelijking
Telwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden
De uitgang -n
Het voorzetsel ‘je’
Werkwoorden
Woordvorming
Voorvoegsels
Achtervoegsels
Gebruik van
de sleutel
Woordenlijst:
Hoe te gebruiken
Index woordenlijst
Tabel van de correlatieven
Esperanto & Internet
 

De Esperantowoorden zijn opgebouwd uit onveranderlijke elementen: stammen, voor- en achtervoegsels en uitgangen.

Zelfstandige naamwoorden eindigen op -o, bijvoeglijke naamwoorden eindigen op -a en afgeleide bijwoorden worden gevormd met behulp van een -e.

Bijvoorbeeld:
stam = tag'

tago dag
taga dagelijks; taga pano = dagelijks brood
tage overdag

In het meervoud krijgen zelfstandige naamwoorden en de bijbehorende bijvoeglijke naamwoorden een -j: varmaj tagoj = warme dagen