Werkwoorden hebben vaste uitgangen die voor elke
persoon gelijk zijn:
Er zijn drie actieve deelwoorden die eindigen op -anta, -inta en -onta, Op het moment waarop de tekst betrekking heeft, is bij: -anta en -ata de handeling aan de gang De deelwoorden kunnen bij een zelfstandig naamwoord staan, of daarmee verbonden worden met het hulpwerkwoord esti:
Deelwoorden kunnen ook worden gebruikt met de bijwoordsuitgang -e.
Ze vormen dan beknopte bijzinnen: Met de uitgang -o van het zelfstandig naamwoord worden personen aangeduid:
|
||||||||||||||||||||||