Esperantosleutel
Beknopte grammatica
van het Esperanto:
Alfabet
Uitgangen
Lidwoord
Trappen van vergelijking
Telwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden
De uitgang -n
Het voorzetsel ‘je’
Werkwoorden
Woordvorming
Voorvoegsels
Achtervoegsels
Gebruik van
de sleutel
Woordenlijst:
Hoe te gebruiken
Index woordenlijst
Tabel van de correlatieven
Esperanto & Internet
 

Werkwoorden hebben vaste uitgangen die voor elke persoon gelijk zijn:

-i onbepaalde wijs
-as tegenwoordige tijd
-is verleden tijd
-os toekomende tijd
-us voorwaardelijke wijs
-u gebiedende wijs en aanvoegende wijs

Er zijn drie actieve deelwoorden die eindigen op -anta, -inta en -onta,
en drie passieve deelwoorden die eindigen op -ata, -ita, en -ota.

Op het moment waarop de tekst betrekking heeft, is bij:

-anta en -ata de handeling aan de gang
bij -inta en -ita is die al voorbij en bij
-onta en -ota moet die nog beginnen.

De deelwoorden kunnen bij een zelfstandig naamwoord staan, of daarmee verbonden worden met het hulpwerkwoord esti:

dormanta bebo een slapende baby
Esperanto estas parolata ĉie Esperanto wordt overal gesproken

Deelwoorden kunnen ook worden gebruikt met de bijwoordsuitgang -e. Ze vormen dan beknopte bijzinnen:
Manĝinte, mi lavis la telerojn – Toen ik gegeten had, deed ik de afwas.

Met de uitgang -o van het zelfstandig naamwoord worden personen aangeduid:

skribonto iemand die gaat schrijven
lernanto leerling