Esperantosleutel
Beknopte grammatica
van het Esperanto:
Alfabet
Uitgangen
Lidwoord
Trappen van vergelijking
Telwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden
De uitgang -n
Het voorzetsel ‘je’
Werkwoorden
Woordvorming
Voorvoegsels
Achtervoegsels
Gebruik van
de sleutel
Woordenlijst:
Hoe te gebruiken
Index woordenlijst
Tabel van de correlatieven
Esperanto & Internet
 
abel/o bij (insect)
abon/i abonneren, geabonneerd zijn op
aĉet/i kopen
adapt/i aanpassen
adiaŭ vaarwel
admir/i bewonderen
adres/o adres
aer/o lucht
afabl/a vriendelijk
afer/o zaak
afrank/i frankeren
ag/i handelen, te werk gaan
agrabl/a aangenaam
aĝ/o leeftijd
aidos/o aids
ajl/o knoflook
ajn dan ook
akcel/i versnellen
akcept/i aannemen
akir/i verkrijgen
akompan/i vergezellen
akord/o overeenstemming
akr/a scherp
aks/o spil, as
aktiv/a actief
akurat/a op tijd
akv/o water
al naar, aan
ali/a ander
almenaŭ tenminste
alt/a hoog
altern/i afwisselen
alternativ/o alternatief
alud/i zinspelen
alumet/o lucifer
am/i liefhebben
amas/o massa, menigte
ambaŭ beide
amik/o vriend
ampleks/a omvangrijk
amuz/i vermaken
angul/o hoek
anĝel/o engel
anim/o ziel, geest
ankaŭ ook
ankoraŭ nog
anonc/i aankondigen
anstataŭ in plaats van
antaŭ vóór
antikv/a antiek
apart/a afzonderlijk
aparten/i behoren bij
apenaŭ nauwelijks
aper/i verschijnen
apog/i ondersteunen
aprob/i goedkeuren
apud naast
aranĝ/i rangschikken, inrichten
arb/o boom
arbitr/a willekeurig
arbust/o struik
arest/i arresteren
argument/i betogen
arĝent/o zilver
ark/o boog
arm/i bewapenen
art/o kunst
artifik/o kunstgreep
artik/o gewricht
artikl/o artikel (handels-)
artikol/o lidwoord, artikel
artrit/o jicht
asoci/o vereniging
aspekt/i eruitzien
atak/i aanvallen
atenc/o aanslag
atend/i (ver)wachten
atent/a opmerkzaam
atest/i getuigen
ating/i bereiken
of, dan wel
aŭd/i horen
aŭskult/i luisteren naar
aŭt/o auto
aŭtobus/o (auto)bus
aŭtun/o herfst
av/o grootvader
avar/a gierig
aventur/o avontuur
avert/i waarschuwen
azen/o ezel
   
A B C Ĉ D E F G Ĝ H Ĥ I J Ĵ
K L M N O P R S Ŝ T U Ŭ V Z