Esperantosleutel
Beknopte grammatica
van het Esperanto:
Alfabet
Uitgangen
Lidwoord
Trappen van vergelijking
Telwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden
De uitgang -n
Het voorzetsel ‘je’
Werkwoorden
Woordvorming
Voorvoegsels
Achtervoegsels
Gebruik van
de sleutel
Woordenlijst:
Hoe te gebruiken
Index woordenlijst
Tabel van de correlatieven
Esperanto & Internet
 
da voorzetsel na woorden van maat, gewicht, hoeveelheid
damaĝ/i schaden
danc/i dansen
danĝer/o gevaar
dank/i danken
dat/o datum
daten/o gegeven
daŭr/i voortduren
de van, door
decid/i beslissen
deĉifr/i ontcijferen
dediĉ/i toewijden,
defend/i verdedigen
degel/i dooien, ontdooien
degener/i ontaarden
deĵor/i dienst doen
dekstr/a rechts
delikat/a teder, fijn
demand/i vragen
dens/a dicht aaneen
dent/o tand
des (pli) des te (meer)
desegn/i tekenen
desert/o dessert
detal/o detail
detru/i verwoesten
dev/i moeten
dezert/o woestijn
dezir/i wensen
di/o god
diabl/o duivel
dialog/o dialoog
difekt/i beschadigen
diferenc/i verschillen
difin/i bepalen
dig/o dijk
diligent/a ijverig
dimanĉ/o zondag
dir/i zeggen
direkt/i richten, sturen
disk/o schijf, discus
diskunu/o diskdrive
diskut/i discussiëren
dispon/i beschikken
disput/i redetwisten
disting/i onderscheiden
distr/i afleiden
diven/i gissen
divers/a verscheidene
divid/i (ver)delen
do dus, dan
dolĉ/a zoet
dolor/o pijn
dom/o huis, woning
domaĝ/i het zonde vinden van
don/i geven
donac/i schenken
dorlot/i verwennen
dorm/i slapen
dors/o rug
drat/o metaaldraad
drink/i zuipen
dron/i verdrinken oov
dub/i twijfelen
dum terwijl, gedurende
dung/i inhuren, in dienst nemen
duŝ/o douche
   
A B C Ĉ D E F G Ĝ H Ĥ I J Ĵ
K L M N O P R S Ŝ T U Ŭ V Z