Esperantosleutel
Beknopte grammatica
van het Esperanto:
Alfabet
Uitgangen
Lidwoord
Trappen van vergelijking
Telwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden
De uitgang -n
Het voorzetsel ‘je’
Werkwoorden
Woordvorming
Voorvoegsels
Achtervoegsels
Gebruik van
de sleutel
Woordenlijst:
Hoe te gebruiken
Index woordenlijst
Tabel van de correlatieven
Esperanto & Internet
 
eben/a effen, vlak
zelfs
eduk/i opvoeden
edz/o echtgenoot
efektiv/a werkelijk
efik/i uitwerking hebben
egal/a gelijk
eĥ/o echo
ekonomi/o economie
ekran/o beeldbuis, scherm
ekskurs/o uitstapje
ekspozici/o tentoonstelling
ekster buiten
ekzamen/i onderzoeken
ekzekut/i terechtstellen
ekzempl/o voorbeeld
ekzerc/i oefenen
ekzist/i bestaan
el uit
elast/a veerkrachting
elefant/o olifant
elegant/a sierlijk, elegant
elekt/i (uit)kiezen
elektr/o elektriciteit
en in
energi/o energie
enigm/o raadsel
entrepren/i ondernemen
enu/i z. vervelen
erar/i z. vergissen
escept/i uitzonderen
esenc/a essentieel
eskap/i ontsnappen
esper/i hopen
esplor/i onderzoeken
esprim/i uitdrukken
est/i zijn
estim/i (hoog)achten
etaĝ/o verdieping
etend/i uitstrekken
etern/a eeuwigdurend
etiked/o etiket
etiket/o etiquette
etos/ol stemming, sfeer
eŭr/o euro (munt)
eventual/a eventueel
evit/i vermijden
evolu/i z. ontwikkelen
   
A B C Ĉ D E F G Ĝ H Ĥ I J Ĵ
K L M N O P R S Ŝ T U Ŭ V Z