Esperantosleutel
Beknopte grammatica
van het Esperanto:
Alfabet
Uitgangen
Lidwoord
Trappen van vergelijking
Telwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden
De uitgang -n
Het voorzetsel ‘je’
Werkwoorden
Woordvorming
Voorvoegsels
Achtervoegsels
Gebruik van
de sleutel
Woordenlijst:
Hoe te gebruiken
Index woordenlijst
Tabel van de correlatieven
Esperanto & Internet
 
gaj/a vrolijk
gajn/i winnen
gamb/o been
gant/o handschoen
garanti/i waarborgen
gard/i bewaken, bewaren
gas/o gas
gast/o gast
gazet/o krant, tijdschrift
genu/o knie
gest/o gebaar
gimnastik/o gymnastiek
glaci/o ijs
glas/o drinkglas
glat/a glad
glav/o zwaard
glit/i glijden
glob/o globe, bol
glor/i roemen, prijzen
glu/i lijmen
glut/i slikken
gorĝ/o keel
graci/a bevallig
grad/o graad, trap
grand/a groot
gras/o vet
gratul/i gelukwensen
grav/a belangrijk, ernstig
graved/a zwanger
griz/a grijs
grup/o groep
gust/o smaak
gut/i druppelen
gvardi/o lijfwacht
gvid/i leiden
   
A B C Ĉ D E F G Ĝ H Ĥ I J Ĵ
K L M N O P R S Ŝ T U Ŭ V Z