Esperantosleutel
Beknopte grammatica
van het Esperanto:
Alfabet
Uitgangen
Lidwoord
Trappen van vergelijking
Telwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden
De uitgang -n
Het voorzetsel ‘je’
Werkwoorden
Woordvorming
Voorvoegsels
Achtervoegsels
Gebruik van
de sleutel
Woordenlijst:
Hoe te gebruiken
Index woordenlijst
Tabel van de correlatieven
Esperanto & Internet
 
hajl/o hagel
hak/i houwen, hakken
hal/o zaal, hal
halt/i stoppen, halt houden oov
har/o haar
hard/i harden
harmoni/o eendracht
haŭt/o huid, vel
hav/i hebben
haven/o haven
hejm/o tehuis
hejm/o tehuis
hejt/i verwarmen, stoken
hel/a helder, klaar
help/i helpen
herb/o gras, kruid
hered/i erven
hero/o held
hieraŭ gisteren
hipokrit/i huichelen
histori/o geschiedenis
ho! o!
hodiaŭ vandaag, heden
hom/o mens
honest/a eerlijk
honor/i eren, loven
hont/i z. schamen
hor/o uur
horloĝ/o klok, uurwerk
hotel/o hotel
humil/a nederig
hund/o hond
hura! hoera!
   
A B C Ĉ D E F G Ĝ H Ĥ I J Ĵ
K L M N O P R S Ŝ T U Ŭ V Z