Esperantosleutel
Beknopte grammatica
van het Esperanto:
Alfabet
Uitgangen
Lidwoord
Trappen van vergelijking
Telwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden
De uitgang -n
Het voorzetsel ‘je’
Werkwoorden
Woordvorming
Voorvoegsels
Achtervoegsels
Gebruik van
de sleutel
Woordenlijst:
Hoe te gebruiken
Index woordenlijst
Tabel van de correlatieven
Esperanto & Internet
 
ide/o idee
ideal/o ideaal
imag/i z. verbeelden
imit/i nabootsen
imperi/o keizerrijk
impres/i indruk maken
indiferent/a onverschillig
indign/i verontwaardigd zijn
indik/i aanwijzen, aanduiden
individu/o individu
industri/o industrie
infan/o kind
infekt/i besmetten
infer/o hel
influ/o invloed
inform/i inlichten
iniciat/i initiatief nemen
ink/o inkt
inklin/i geneigd zijn
insekt/o insect
insign/o insigne, blazoen
insist/i aandringen
inspekt/i inspecteren
instig/i aansporen
instru/i onderwijzen
instrukci/o instructie
insul/o eiland
insult/i uitschelden
inteligent/a intelligent
intenc/i van plan zijn
inter tussen
interes/i interesseren
intern/a inwendig
intervju/i interviewen
intim/a innig
invit/i uitnodigen
ir/i gaan, lopen
ironi/o ironie
   
A B C Ĉ D E F G Ĝ H Ĥ I J Ĵ
K L M N O P R S Ŝ T U Ŭ V Z