Esperantosleutel
Beknopte grammatica
van het Esperanto:
Alfabet
Uitgangen
Lidwoord
Trappen van vergelijking
Telwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden
De uitgang -n
Het voorzetsel ‘je’
Werkwoorden
Woordvorming
Voorvoegsels
Achtervoegsels
Gebruik van
de sleutel
Woordenlijst:
Hoe te gebruiken
Index woordenlijst
Tabel van de correlatieven
Esperanto & Internet
 
ja immers, wel
jak/o jasje, jak
jam al, reeds
jar/o jaar
je onbepaald voorzetsel
jen ziehier
jes ja
ju (pli) hoe (meer)
jubil/i jubelen
jubile/o jubileum
juĝ/i rechtspreken, oordelen
jun/a jong
just/a rechtvaardig
juvel/o juweel
   
A B C Ĉ D E F G Ĝ H Ĥ I J Ĵ
K L M N O P R S Ŝ T U Ŭ V Z