Esperantosleutel
Beknopte grammatica
van het Esperanto:
Alfabet
Uitgangen
Lidwoord
Trappen van vergelijking
Telwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden
De uitgang -n
Het voorzetsel ‘je’
Werkwoorden
Woordvorming
Voorvoegsels
Achtervoegsels
Gebruik van
de sleutel
Woordenlijst:
Hoe te gebruiken
Index woordenlijst
Tabel van de correlatieven
Esperanto & Internet
 
obe/i gehoorzamen
objekt/o voorwerp
odor/i geuren
ofend/i beledigen
ofer/i offeren
ofert/i aanbieden (handel)
ofic/o ambt, betrekking
oft/a vaak
okaz/i gebeuren
okcident/o westen
okul/o oog
okup/i bezetten, bezighouden
ole/o olie
omaĝ/i vereren
ombr/o schaduw
ombrel/o paraplu, parasol
ond/o golf
onkl/o oom
opini/o mening
oportun/a geschik, doelmatig
or/o goud
ord/o orde, rangschikking
ordinar/a gewoon
ordon/i bevelen
orel/o oor
orf/o weeskind
organiz/i organiseren
orgen/o orgel
orient/o oosten
original/a origineel
ost/o bot
ov/o ei
   
A B C Ĉ D E F G Ĝ H Ĥ I J Ĵ
K L M N O P R S Ŝ T U Ŭ V Z