Esperantosleutel
Beknopte grammatica
van het Esperanto:
Alfabet
Uitgangen
Lidwoord
Trappen van vergelijking
Telwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden
De uitgang -n
Het voorzetsel ‘je’
Werkwoorden
Woordvorming
Voorvoegsels
Achtervoegsels
Gebruik van
de sleutel
Woordenlijst:
Hoe te gebruiken
Index woordenlijst
Tabel van de correlatieven
Esperanto & Internet
 
pac/o vrede
pacienc/o geduld
pacient/o patiënt
paf/i schieten
pag/i betalen
paĝ/o bladzijde
pak/i inpakken
pal/a bleek
palac/o paleis
palp/i tasten
palpebr/o ooglid
pan/o brood
panik/o paniek
pantalon/o pantalon
pap/o paus
papag/o papegaai
paper/o papier
papili/o vlinder
par/o paar
parad/o parade
pardon/i vergeven
parenc/o familielied
park/i parkeren
park/o park
parker/e uit het hoofd
parol/i spreken
part/o deel
parti/o partij
pas/i voorbijgaan
pasi/o hartstocht
Pask/o Pasen
past/o deeg
pastr/o priester, pastoor
paŝ/i stappen
patr/o vader
pec/o stuk, onderdeel
pejzaĝ/o landschap
pek/i zondigen
pen/i trachten
pend/i hangen oov
penetr/i doordringen
pens/i denken
pent/i berouw hebben
Pentekost/o Pinksteren
pentr/i schilderen
per door middel van
perd/i verliezen
pere/i omkomen, vergaan
perfekt/a volmaakt
perfid/i verraden
period/o periode
permes/i toestaan
persekut/i achtervolgen
persist/i volharden
person/o persoon
pes/i gewicht bepalen
pet/i verzoeken
petol/i stoeien
pez/i zwaar zijn
pi/a vroom
pied/o voet
pik/i steken
pilk/o bal
pingl/o speld
pint/o top, spits
pip/o tabakspijp
pipr/o peper
pir/o peer
plac/o plein
plaĉ/i behagen, bevallen
plad/o schotel
plag/o plaag
plan/o plan
plank/o vloer
plant/i planten
plast/o plastic
plat/a plat
plej meest
plen/a vol
plend/i klagen
plezur/i plezier hebben
pli meer (dan)
plor/i huilen
plu meer, verder
plug/i ploegen
plum/o veer, pen
plumb/o lood
plur/a/j verscheidene
pluv/i regenen
pneŭmatik/o (lucht)band
po per stuk
poem/o gedicht
poent/o punt (bij spel)
poezi/o poëzie
polic/o politie
politik/o politiek
polus/o pool, uiteinde
polv/o stof, vuil
pom/o appel
pont/o brug
popol/o volk
popular/a populair
por voor, ten behoeve van
por ke opdat
pord/o deur
pork/o varken
port/i dragen
posed/i bezitten
post achter, na
posten/o ambt, post
postul/i eisen
poŝ/o zak in kledingstuk
poŝt/o post (TNT)
pot/o pot, pan
potenc/o macht
pov/i kunnen
praktik/o praktijk
pram/o (veer)pont
prav/i gelijk hebben
precip/e vooral
preciz/a nauwkeurig
prefer/i voorkeur hebben
preĝ/i bidden
preleg/o lezing
prem/i drukken, knellen
premi/o premie
pren/i nemen
prepar/i bereiden, klaarmaken
pres/i (boek)drukken
preskaŭ bijna
pret/a gereed
pretend/i voorwenden
preter langs, voorbij
prez/o prijs
prezent/i voorstellen
prezid/i voorzitten
pri over, betreffend
princ/o prins
princip/o principe
printemp/o lente
pro om, wegens
problem/o probleem, voortbrengen
produkt/i voortbrengen, produceren
profesi/o beroep, vak
profit/o voordeel
profund/a diep
program/o programma
progres/i vooruitgaan
projekt/o ontwerp, plan
prokrast/i uitstellen
proksim/a dichtbij
promen/i wandelen
promes/i beloven
prononc/i uitspreken
propon/i een voorstel doen
propr/a eigen
prosper/i gedijen
prov/i beproeven
proverb/o spreekwoord
prunt/i lenen
pruv/i bewijzen
publik/o publiek
pugn/o vuist
pulm/o long
pulover/o trui
pump/i pompen
pun/i straffen
punkt/o punt, stip
pup/o pop
pur/a zuiver
puŝ/i duwen, stoten
A B C Ĉ D E F G Ĝ H Ĥ I J Ĵ
K L M N O P R S Ŝ T U Ŭ V Z