Esperantosleutel
Beknopte grammatica
van het Esperanto:
Alfabet
Uitgangen
Lidwoord
Trappen van vergelijking
Telwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden
De uitgang -n
Het voorzetsel ‘je’
Werkwoorden
Woordvorming
Voorvoegsels
Achtervoegsels
Gebruik van
de sleutel
Woordenlijst:
Hoe te gebruiken
Index woordenlijst
Tabel van de correlatieven
Esperanto & Internet
 
rab/i roven
raben/o rabbijn
rad/o wiel, rad
radi/o straal, radio
rajt/o recht, bevoegdheid
raket/o raket
rakont/i vertellen
rand/o rand
rang/o rang
rapid/a snel
raport/i verslag uitbrengen
rav/i verrukken
raz/i scheren
real/a werkelijk
reciprok/a wederkerig
redakci/o redactie
redakt/i redigeren
reg/i regeren
regal/i onthalen
region/o streek, gebied
regul/o gewoonte, regel
reĝ/o koning
reĝisor/o regisseur
reklam/o reclame
rekomend/i aanbevelen
rekompenc/i belonen
rekt/a rechtstreeks, recht, direct
religi/o godsdienst
renkont/i ontmoeten
renvers/i omverwerpen
respekt/o eerbied
respond/i antwoorden
respons/a verantwoordelijk
rest/i blijven
restoraci/o restaurant
ret/o net
rev/i (dag)dromen (fantasie)
revu/o tijdschrift
rezerv/i reserveren
rezult/i volgen uit
ribel/i rebelleren
ricev/i ontvangen
riĉ/a rijk
rid/i lachen
rifuĝ/o toevlucht
rifuz/i weigeren
rigard/i kijken naar
rigid/a star
rikolt/i oogsten
rilat/i betreffen
rim/i rijmen ov
rimark/i opmerken
rimed/o middel
rip/o rib, nerf
ripet/i herhalen
ripoz/i rusten
riproĉ/i verwijten
risk/i wagen
river/o rivier
riz/o rijst
rob/o jurk
rok/o rots
rol/i rol vervullen
roman/o roman
romp/i breken ov
rond/o kring
rost/i braden
roz/o roos
rub/o puin, vuil, afval
ruband/o lint
rubrik/o rubriek
ruĝ/a rood
rul/i rollen ov
rust/i roesten
ruz/a slim
   
A B C Ĉ D E F G Ĝ H Ĥ I J Ĵ
K L M N O P R S Ŝ T U Ŭ V Z