Esperantosleutel
Beknopte grammatica
van het Esperanto:
Alfabet
Uitgangen
Lidwoord
Trappen van vergelijking
Telwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden
De uitgang -n
Het voorzetsel ‘je’
Werkwoorden
Woordvorming
Voorvoegsels
Achtervoegsels
Gebruik van
de sleutel
Woordenlijst:
Hoe te gebruiken
Index woordenlijst
Tabel van de correlatieven
Esperanto & Internet
 
tabel/o tabel, lijst
tabl/o tafel
tabul/o schoolbord
tag/o dag
tajd/o getijde
tajlor/o kleermaker
taks/i schatten
tambur/o trom
tamen toch, echter
tapet/o behang
tapiŝ/o tapijt, karpet
tas/o kopje
task/o taak
taŭg/i deugen
tavol/o laag
te/o thee
team/o groep, team
teatr/o theater
ted/i vervelen
tegment/o dag
tekst/o tekst
teler/o etensbord
tem/o thema, onderwerp
temp/o tijd
ten/i houden
tend/o tent
tendenc/o strekking
tenis/o tennis
tent/i verleiden
ter/o aarde
terur/o schrik
tez/o stelling
tim/i vrezen
tir/i trekken
titol/o titel
toler/i dulden
tomb/o graf
tond/i knippen
tondr/i donderen
torent/o stortvloed
torf/o turf
tort/o taart
tra door(heen)
tradici/o traditie
traduk/i vertalen
traf/i treffen, raken
trafik/o verkeer
trajn/o trein
trajt/o gelaatstrek, karaktertrek
trakt/i behandelen, onderhandelen
tranĉ/i snijden
trankvil/a rustig
trans aan de overkant van
tre zeer, erg
trem/i beven
tremol/o esp
trezor/o schat
trezor/o schat
trib/o volk, stam
trik/i breien
trink/i drinken
tro te, al te
tromp/i bedriegen
trot/i draven
trotuar/o trottoir, stoep
trov/i vinden
tru/o gat
trud/i opdringen
trumpet/o trompet
tualet/o toilet (van kleding e.d.)
tub/o buis, pijp
tuj meteen
tuk/o doek
tul/o tule
tulip/o tulp
tumor/o tumor
tumult/o opschudding
tun/o ton, 1000 kg
tunel/o tunnel
tur/o toren
turban/o tulband
turism/o toerisme
turist/o toerist
turn/i draaien ov
tus/i hoesten
tuŝ/i aanraken
tut/a geheel
   
A B C Ĉ D E F G Ĝ H Ĥ I J Ĵ
K L M N O P R S Ŝ T U Ŭ V Z