Esperantosleutel
Beknopte grammatica
van het Esperanto:
Alfabet
Uitgangen
Lidwoord
Trappen van vergelijking
Telwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden
De uitgang -n
Het voorzetsel ‘je’
Werkwoorden
Woordvorming
Voorvoegsels
Achtervoegsels
Gebruik van
de sleutel
Woordenlijst:
Hoe te gebruiken
Index woordenlijst
Tabel van de correlatieven
Esperanto & Internet
 
vragend,
betrekkelijk
aanwijzend
algemeen
onbepaald
ontkennend

individueel
of
bijvoeglijk

kiu
wie, die,
welk, wat
tiu
die, dat
ĉiu
ieder, elk
iu
iemand,
een of ander
neniu
niemand, geen enkel
ding
kio
wat, dat
tio
dat
ĉio
alles,
elk ding
io
iets,
een of ander ding
nenio
niets
soort
kia
wat voor een
tia
zo'n
ĉia
allerlei
ia
een of ander (soort)
nenia
geen enkel (soort)
bezit
kies
van wie,
waarvan
ties
diens
,
daarvan
ĉies
ieders
ies
iemands
nenies
niemands
manier /
graad
kiel
hoe, zoals
tiel
zo
ĉiel
op elke manier
iel
op een of
andere manier
neniel
op geen
enkele manier
plaats
kie
waar
tie
daar
ĉie
overal
ie
ergens
nenie
nergens
tijd
kiam
wanneer, toen
tiam
dan, toen
ĉiam
altijd
iam
ooit, eens
neniam
nooit
hoeveelheid
kiom
hoeveel
tiom
zoveel
ĉiom
alles
iom
iets,
een beetje
neniom
niets (ervan)
reden
kial
waarom
tial
daarom
ĉial
overal om
ial
ergens om
nenial
nergens om